Dorp Velsen

Het Velser Liedje

 

Gelegen aan den polderzoom

In 't oude Kinheimland,

Verrijst uit dichte boomenpracht

Een dorpje o zoo schoon.

Dat is het dorpje Velsen klein

Daar aan dien polderrand,

Het schoonste wel in Kennemerland

Daar uun dien waterkant.

 

Ik min het zoo dat dorpje klein

Duur aan dien polderrand,

Omarmd door 't schoone Velserbeek

En 't mooie, Waterland,

Ik min het zoo dat kerkje oud

Vertellend van voorheen,

Omsloten door een boomenkrans

En huisjes lief en kleen.

 

De vogels zingen er hun lied

Den dorpelingen voor,

De reigers in het reigersbosch

Zij klepperen in koor:

Wat Iigt Uw dorpje daar toch mooi

Wel 't schoonst in Kennemerland,

Gelegen tusschen boomenpracht

Daar aan dien polderrand.

 

Willem van Tilburg, 1925

 

 

Velsen

 

Door dras te dempen en te graven

waterweg voor Amsterdam

en rasse groei van IJmond’s lam

ontstaat verbinding naar de haven.

 

De mens, hij sloopt en hij creëert

rolt asfalt tussen buitenplaatsen

snoert en snijdt het laatste

zicht op groen, ‘t dorp verweert.

 

Nu schuren schepen wallekant

toornen boven kerk en huizen

sturen naar de grote sluizen

voorbij Velsen, de figurant

 

verwonderd in de Torenstraat

houdt zijn adem in, verglijdt

met stille stapjes in de tijd

bang om wat verloren gaat.

 

Inge Verhoog

Stadsdichter Velsen 2012

 

 

 

 

 

Dorp Velsen……

 

Soms lijkt het of men d’ oude geest

nog in het dorpje Velsen leest.

De klank van Bonifatius preken

is uit de dorpskerk niet geweken.

 

De pandjes nu als monument

hebben die oude tijd gekend.

Wat werkers van de graverij

liggen eendrachtig op een rij.

 

Het weeshuis. Huis voor oude mannen

is overdekt met nieuwe pannen

maar straalt iets van allure uit

van een destijds gebouwd besluit.

 

De oude kloostermuur geborgen

omsluit wat tuinen met hun zorgen

het kruid is nu groenten en bloem

maar toont iets nog van vroeg’re roem.

 

Het oude raadhuis staat te pronken

met gevelbeelden die verzonken

iets melden uit vergane tijd

ons onbekend, hoe het ook spijt.

 

Het rode hert ,waar eens de paarden

in bonte rij zich hier vergaarden

om na een lange stoffige rit

te genieten van wat aards bezit.

 

Veel is voor het kanaal verdwenen

daar waar ’t moderne is verschenen

buigt ’t oude dan haar hoofd

en wordt ’t verleden ons ontroofd.

 

Toch hangt de sfeer van oude tijden

nog in de oude smalle straat

als men daar proevend verder gaat

zich aan dit ouds te wijden..

 

Teun Hoek

november 2007

Dorp Velsen
Dorp Velsen